De man negeerde hem doodleuk, en staarde hem enkel aan. Tot hij plotseling bewoog, alsof hij daar ter plekke in slaap was gevallen en net wakker werd. De zaklamp werd omhoog gekeerd, en Tom kreeg het benauwd. Het hoofd van de man, vervormd door de speling van schaduw en licht, schrok hem zo hard af, dat hij een onoplettende stap achteruit zette. Een los liggende steen onder zijn voet gaf mee, en Tom viel achterover het graf in. Zijn hoofd bonsde, en achter zijn ogen werd het eventjes zwart.
De mysterieuze man kwam boven het graf staan, en in het schijnsel van de zaklamp zag Tom nu een wrede lach. “W.. Waarom?”, vroeg Tom nauwelijks verstaanbaar. De grijns van de man verbreede zich, en hij antwoorde kalm : “Waarom? Omdat ik me verveelde neem ik aan. En ik moet bekennen, je was een leuk tijdverdrijf. Toch voor zo lang het duurde.” Hij lachte maniakaal en verdween even uit het zicht. Snel daarna, te snel voor Tom, stond hij er weer, deze maal met een spade in de hand. “Slaap zacht Tom, en geen zorgen. Niemand zal dit ooit te weten komen.” Langzaam maar zeker begon de put gevuld te raken met aarde. Langzaam maar zeker, werd het zwart..









